Artikel in De Groene Amsterdammer:

Onderzoek - Veel baasjes weten het niet: Het goedje waarmee ze hun hond beschermen tegen

vlooien en teken is uiterst giftig

Teken en vlooienmiddelen voor honden en katten zijn sterk onderschatte gevaren voor je viervoeter, voor mens, natuur en milieu. Organisaties zoals het Europees Medicijnen Agentschap (EMA) spelen daarin een dubieuze rol.   Beeld via pixabay


DE GROENE AMSTERDAMMER:

ONDERZOEK GIFTIGE BESTRIJDINGSMIDDELEN BIJ HONDEN EN KATTEN

Dirk de Bekker - 12-02-2025


Aai Fikkie niet!


Honden en katten vormen een belangrijke verspreidingsroute van uiterst toxische pesticiden. De Europese toelatingsinstantie keurde de middelen, die vlooien en teken bestrijden, ondanks waarschuwingen, goed. ‘De stoffen worden zelfs teruggevonden in vogelnesten.’ Veel gifstoffen die in de landbouw al lang verboden zijn vanwege hun giftigheid voor bijen, blijken vaak nog in ‘huismiddelen’ voor de particulier te zitten. Veel van deze gifstoffen blijken ook nog eens zeer schadelijk te zijn voor het centrale zenuwstelsel.


En dan de teken en vlooienmiddelen: Ze bevatten allemaal zeer schadelijke gifstoffen zoals Imidacloprid, Permethrin, Fipronil, en één van de meest recent toegepaste gevaarlijke gifstoffen is Fluralaner (o.a. toegepast in Bravecto).


12 februari 2025 – verschenen in nr. 07


Bestrijdingsmiddelen in huis

Verwachtingsvol staart labrador Max naar de keukentafel waarop een bonte verzameling
potjes, spuitbussen en flacons is uitgestald. Max’ baas is zelf verbaasd over de grote
hoeveelheid bestrijdingsmiddelen die ze zojuist uit haar keukenkastjes tevoorschijn haalde.
Tegen bladluis, tegelaanslag, paardenbloemen, mieren, wespen en het vlooien- en
tekenmiddel voor Max – stuk voor stuk beloven de etiketten een ‘zeer snelle’ en ‘effectieve
bestrijding’ van welke plaag dan ook.


Pesticiden in de landbouw al jaren verboden

Met hun vriendelijke kleuren stralen de verpakkingen allesbehalve gevaar uit. Maar schijn
bedriegt, volgens bioloog Margot Veenenbos, die namens landbouwonderzoeksbureau CLM
huisbezoeken aflegt om het particuliere gebruik van bestrijdingsmiddelen in kaart te brengen
en te adviseren over alternatieven. Ze pakt een witte spuitfles van tafel en concentreert zich op
de kleine lettertjes. ‘O jee, de werkzame stof is glyfosaat, die wordt niet meer verkocht aan
particulieren. En de spuitdop staat nog open.’ De bewoner lijkt van haar stuk gebracht. ‘Ik
gebruik het gewoon voor de paardenbloemen tussen de tegels, ik wist echt niet wat erin zit.’
Hoewel glyfosaat alleen nog in de landbouw mag worden gebruikt, komt Veenenbos vaak het
omgekeerde tegen: keer op keer vindt zij bij mensen thuis pesticiden die al jaren in de
landbouw verboden zijn. Ze worden echter nog legaal aan particulieren verkocht. En honden
als Max spelen daarin een sleutelrol.


De bioloog pakt een kartonnen doosje van tafel waarop een hijgende hond staat afgebeeld,
met de merknaam Advantix. ‘Ik doe dit spul tussen de schouderbladen van Max, gewoon met
die pipetjes’, zegt de bewoner, ‘maar ik heb de gebruiksaanwijzing er eerlijk gezegd nog nooit
bij gepakt.’ Veenenbos vouwt de ongebruikte handleiding open. ‘Kijk, de werkzame stoffen
zijn imidacloprid en permethrin’, zegt ze terwijl ze door de minuscule letters heen scant.
‘Allebei verboden in de landbouw.’


Dodelijk voor bijen
Imidacloprid raakte een aantal jaar geleden in opspraak omdat de stof al bij zeer lage
concentraties dodelijk bleek voor wilde bijen. Deze constatering was bij de toelating van het
bestrijdingsmiddel over het hoofd gezien door producent Bayer, die tevergeefs meerdere
rechtszaken uitvocht om imidacloprid als landbouwmiddel op de Europese markt te houden.
Ook het tweede insecticide in de pipetjes, permethrin, is zeer giftig voor bijen. Daarnaast staat
de gifstof bekend als mogelijk kankerverwekkend en mogelijk schadelijk voor het ongeboren
kind. Een derde stof, die wordt gebruikt in een verglijkbaar vlooienmiddel, van het merk
Frontline, is fipronil. Ook dat is een verboden bestrijdingsmiddel vanwege zijn hoge toxiciteit
voor bijen. Bovendien kan fipronil schadelijk zijn voor het centrale zenuwstelsel.


Teken- en vlooienmiddelen: Een miljardenbusiness

Wereldwijd lopen er naar schatting één miljard honden rond. Dat aantal groeit hard en
daarmee stijgt ook de verkoop van vlooien- en tekenmiddelen. Jaarlijks zetten farmaceutische
en chemische bedrijven miljarden om met de verkoop van druppelpipetjes, halsbanden, pillen
en injecties die parasieten-dodende stoffen bevatten.


Zeer zorgwekkend gif

Veel van deze producten bevatten pesticiden als imidacloprid, fipronil en permethrin, die in
de landbouw verboden zijn. Daarnaast is een nieuwe generatie langwerkende
parasietenmiddelen in opkomst, de zogenaamde isoxazolines. De populairste daarvan,
fluralaner, bezit eigenschappen die meerdere wetenschappers als ‘zeer zorgwekkend’
bestempelen. De gifstof kan zich ophopen in het milieu en is mogelijk ook schadelijk voor
bijen. Deze rode vlaggen blijven echter grotendeels onder de radar, omdat fluralaner nooit
door de officiële toelatingsprocedure voor bestrijdingsmiddelen heen is gegaan.


Grote impact op het milieu

Recente studies tonen aan dat al deze onschuldig uitziende parasietenmiddelen zich vanaf
behandelde dieren door het milieu kunnen verspreiden, met mogelijk grote impact op het
milieu, de drinkwatervoorziening en zelfs de volksgezondheid. De Europese
toelatingsautoriteit is bekend met waarschuwingssignalen, maar grijpt niet in. Tegelijkertijd
gaan de middeltjes alsmaar harder over de toonbank. Hoe is het mogelijk dat omstreden
pesticiden nog volop worden verkocht als ogenschijnlijk onschuldige vlooien- en
tekenmiddeltjes?


‘Van een hoop van die stoffen vind je enorme concentraties in rioolwaterzuiveringen en het
oppervlaktewater’, zegt ecotoxicoloog Ivo Roessink van Wageningen Environmental
Research. ‘Maar ik dacht: dat kan toch nooit komen door die huisdiermiddelen?’ Een
experiment met negen honden bracht hem op andere gedachten. In zo’n beetje alle monsters
die Roessink en collega’s namen van de urine, haren en het zwemwater van de honden doken
parasietenmiddelen op.


Gifstoffen in vogelnesten

Een andere opmerkelijke bevinding was dat er tevens middelen van de huisdieren afkwamen
waarmee ze helemaal niet waren behandeld. Dit duidt erop dat de viervoeters ook chemische
stoffen oppikken die niet aan henzelf, maar aan andere honden zijn toegediend.
Gifstoffen uit vlooien- en tekenmiddelen worden teruggevonden in vogelnesten en in
paardenbloemen midden in de stad, in afgelegen vijvers en meren diep in natuurgebieden, en
zelfs in mensenharen. En hoewel steeds meer studies wijzen naar huisdiermiddelen als
veroorzaker van dit milieuprobleem, is de bewustwording volgens Roessink zeer beperkt. ‘Je
kunt veel van die middelen gewoon in je winkelwagentje gooien. Mensen staan er niet bij stil
om wat voor riskante stoffen het gaat.’


‘Ik zie veel mensen hun hond uitkammen in het bos, ik doe het zelf ook, hierbuiten. Dat
kunnen vogels dan gebruiken voor hun nest’, zegt de baas van Max, terwijl haar labrador
kwispelend naast haar staat. Het is een redenatie die onderzoeker Margot Veenenbos veel
tegenkomt. Maar kuikens die met hun blote huid in hondenhaar zitten dat besmet is met
pesticiden, hebben een probleem. ‘Je kunt uitgekamde haren daarom het beste bij het restafval
gooien.’


Bijsluiter met gebrekkige informatie

Bijsluiters van vlooien- en tekenmiddelen waarschuwen nauwelijks voor dergelijke
milieugevaren en leggen in plaats daarvan de nadruk op geheel andere zaken: ‘Het product
blijft doeltreffend als het dier nat wordt’, zo staat te lezen in de gebruiksaanwijzing van Max’
middel. Pas in het laatste deel wordt een milieuwaarschuwing afgegeven: een behandelde
hond mag ‘gedurende ten minste 48 uur na behandeling’ niet in oppervlaktewater komen,
‘omdat het product schadelijk is voor aquatische organismen’.


Pesticiden komen echter nog lang na die 48 uur van honden af, blijkt onder meer uit een
recent aai-experiment met 98 honden in Groot-Brittannië. Zelfs een maand na het behandelen
van hun huisdier met een druppelmiddel, aaiden baasjes nog altijd pesticiden van hun hond af.




College ter beoordeling van geneesmiddelen: Geen cijfers openbaar

De stroom aan pesticiden die in het milieu terechtkomen via zwemmende, plassende,
poepende en ruiende honden, of via het rioolwater doordat baasjes hun hond, de hondenmat of
hun handen wassen, is omvangrijk, stellen onderzoekers. De hoeveelheid chemische stoffen
die jaarlijks voor de circa 1,8 miljoen Nederlandse honden over de toonbank gaat, loopt naar
schatting in de duizenden kilo’s. De precieze hoeveelheid is niet publiek bekend: het College
ter Beoordeling van Geneesmiddelen, dat beschikt over verkoopdata, maakt geen cijfers
openbaar: het zou commercieel gevoelige informatie betreffen.


Bijzonder is dat FIDIN (de branchevereniging van producenten en importeurs van diergeneesmiddelen in Nederland) op verzoek
wel informatie deelt. Die cijfers geven echter slechts een gedeeltelijk beeld, omdat niet alle
producenten bij de branchevereniging zijn aangesloten.


De aangesloten fabrikanten zetten in Nederland voor honden jaarlijks zo’n 3500 kilo aan
parasieten-dodende stoffen af. Katten, waarvoor ook allerhande middeltjes bestaan, zijn goed
voor zo’n vijfhonderd kilo. Dat zijn fikse hoeveelheden als je kijkt naar de giftigheid van de
werkzame stoffen. Zo zou de hoeveelheid imidacloprid in het pipetje voor een middelgrote
hond als Max in theorie al genoeg kunnen zijn om 25 miljoen bijen te doden, berekenden
wetenschappers.


Bestrijdingsmiddel of geneesmiddel?

Dat dergelijke pesticiden in vlooien- en tekenmiddeltjes terechtkomen, heeft deels een
bureaucratische oorzaak. Normaal gesproken is het de EFSA (European Food Safety Authority), de Europese waakhond voor
bestrijdingsmiddelen, die zich buigt over de toelating van pesticiden tot de Europese markt.
‘Maar omdat je deze stoffen op een dier toepast, vallen ze onder een andere noemer: die van
diergeneesmiddelen’, legt bioloog Veenenbos uit. Hoewel de middelen wel degelijk bedoeld
zijn ter bestrijding van insecten en bloedzuigende parasieten, staan ze dus officieel niet te
boek als bestrijdingsmiddel, maar als geneesmiddel. En daarmee vallen ze onder een ander
Europees loket: het EMA, het Europees Geneesmiddelenbureau.


Europees Medicijnen Agentschap: Geen milieubeoordeling

Het EMA gaat anders om met milieuvraagstukken dan zijn zusterorganisatie, vertellen
ingewijden. Een giftige stof moet bij de EFSA door allerlei hoepels springen, wil het op de
markt komen. Worden in die procedure al regelmatig milieurisico’s over het hoofd gezien, bij
het EMA is de officiële milieubeoordeling volgens de ingewijden ronduit slecht. Sterker nog,
als het gaat om huisdiermiddelen, wordt er doorgaans geen enkele milieubeoordeling
uitgevoerd, zo blijkt uit documenten van de instantie zelf.


Het EMA veronderstelt dat milieurisico’s van huisdiermiddelen ‘verwaarloosbaar klein’ zijn,
in eigen woorden ‘simpelweg omdat het gaat om minder behandelde dieren [dan in de
veeteelt] en er dus minder hoeveelheden van een product worden gebruikt’. In de praktijk
heeft dit tot gevolg dat fabrikanten op geen enkele wijze hoeven aan te tonen dat hun
huisdiermiddelen veilig zijn voor het milieu.


Zo kan het bestaan dat het ene loket pesticiden verbiedt voor de hele Europese landbouw
wegens ontoelaatbare milieurisico’s en daaraan verbonden gezondheidsrisico’s, terwijl het
andere loket diezelfde pesticiden onder de noemer van diergeneesmiddel gewoon toelaat,
simpelweg omdat het die risico’s nooit heeft onderzocht.


Toelatingsinstanties werken langs elkaar heen

‘Aan de buitenkant wordt de indruk gewekt dat het in Europa allemaal heel goed is geregeld
in de beoordeling van dit soort stoffen, maar als je aan de achterkant kijkt, gaan er op
veiligheidsvlak veel dingen fout’, zegt toxicoloog Paul Scheepers van de Radboud
Universiteit. Hij is betrokken bij verschillende internationale studies naar blootstelling aan
chemische stoffen en is door de jaren kritisch gaan kijken naar de samenwerking tussen de
twee Europese organisaties. ‘De toelatingsinstanties werken langs elkaar heen en zitten elkaar
regelmatig in de weg’, stelt hij. Een lezing die door meerdere toxicologen wordt bevestigd.


Dit leidt tot situaties die kafkaësk aandoen. Zo laten cijfers uit het Verenigd Koninkrijk zien
dat het verbod op het bijen-dodende imidacloprid in de landbouw direct werd gevolgd door
een grote stijging in de verkoop van diezelfde stof onder de noemer van diergeneesmiddel.
Onder aan de streep heeft het verbod op de gifstof daar niet geleid tot een noemenswaardige
daling in het gebruik ervan.


Meten met twee maten

Ook op het vlak van toegestane dosering leidt de ontbrekende samenwerking tot vraagtekens.
Landbouwonderzoeker Jelmer Buijs berekende dat een hond van tien kilo bij behandeling met
één pipetje fipronil wordt blootgesteld aan een dosis die maar liefst 67.000 keer hoger ligt dan
de aanvaardbare dagelijkse inname voor mensen. Die laatste innamelimiet is vastgesteld door
de efsa, de toegestane dosering voor huisdieren door het EMA. ‘Meten met twee maten’,
noemt Buijs het. ‘Kennelijk wordt de gezondheid van een hond niet serieus genomen.’


Hoge concentraties chemische stoffen

Een ietwat ironische constatering: de vlooien- en tekenmiddelen worden verkocht om de
gezondheid van huisdieren te beschermen. Maar volgens Buijs staat de gezondheid van
behandelde huisdieren nu juist onder druk door de hoge concentraties aan chemische stoffen
waaraan de dieren worden blootgesteld.


Technisch gezien geen geneesmiddel maar bestrijdingsmiddel

Daarnaast bestaan er zorgen op het vlak van de veiligheidsmonitoring. Omdat de efsa
uitgebreid voor pesticiden heeft gedocumenteerd hoe die zich gedragen in het milieu, weten
organisaties als het RIVM en de drinkwaterbedrijven waar ze alert op moeten zijn en voor
welke stoffen ze actief metingen moeten uitvoeren. Maar wat als een diergeneesmiddel nooit
officieel als bestrijdingsmiddel wordt geregistreerd, ook al is het dat technisch gezien wel?
Het komt dan niet op de standaardlijstjes van te monitoren bestrijdingsmiddelen terecht, met
het risico dat verspreidingsroutes en blootstelling over het hoofd worden gezien.


Dit lijkt zich te voltrekken voor een van de populairste huisdiergeneesmiddelen van het
moment: fluralaner. Het goedje zit onder andere in kauwtabletten voor honden met de
merknaam Bravecto en is op voorschrift verkrijgbaar. Een zeer geliefd middel, omdat één
tablet huisdieren tot wel drie maanden tegen vlooien en teken beschermt.


Geen onderzoek drinkwaterbedrijven

Maar er zijn rode vlaggen. Volgens het RIVM heeft fluralaner ‘zeer lage risicogrenzen’ – in
theorie zou het al bij minieme milieuconcentraties problemen kunnen geven – ‘maar er zijn
nog geen metingen naar gedaan’. Ook de drinkwaterbedrijven nemen het middel niet
standaard mee in hun controles van drinkwaterbronnen. Waar de stof zich precies ophoudt in
het milieu en in welke mate, is dus onbekend. Maar dat de stof in het milieu terechtkomt is
zeker. Zo trof Ivo Roessink tijdens zijn experiment fluralaner aan in het bemonsterde
zwemwater, al nadat één hond anderhalve minuut had gezwommen. Ook trof hij het aan in
een willekeurig bemonsterd vogelnest.


‘Fluralaner is voor mij een black box’, zegt Roessink. ‘Ik zou graag willen weten hoe die stof
zich gedraagt in het milieu.’ Maar black box of niet, fluralaner verovert in rap tempo de
wereld. Farmaceut MSD heeft van het fluralaner-middel Bravecto naar eigen zeggen al ‘meer
dan driehonderd miljoen doses afgezet in meer dan honderd landen’.


In 2023 was de omzet van het hondenmiddel goed voor 1,1 miljard dollar. Binnenkort is het middel bovendien
verkrijgbaar in injectievorm. Na een prik door de dierenarts zou een hond dan een jaar lang
beschermd zijn tegen vlooien en teken.


 

Lees hier het hele artikel van Dirk de Bekker in De Groene Amsterdammer


 

Share by: